Rudie's en Irma's op reis

Argentijnse stranden en dinosauriers

Onze tocht ging na Buenos Aires verder naar de Argentijnse stranden. Het duurde maar een paar uur en we kwamen aan op een camping in een klein dorpje San Clemente de Tuyu. Doordat het hoogseizoen afgelopen was, was de camping zo goed als uitgestorven op een paar hobbyvissers na. Heerlijk zonder de stereotorens. Naast de camping was het strand met bruinkleurig zeewater, dit komt door de bruine rivier Rio de la Plata die dichtbij in de zee uitmond. Heel vreemd om te zien. Gedurende de autoreis hadden we reclameborden gezien voor een soort van sealife-pretpark met dolfijnen en een orka. Daar zouden we de volgende dag heen gaan. Toen we het park binnenkwamen kregen we een lijst met tijden van de vele verschillende voorstellingen. We moesten dus onze eigen tijdsplanning maken, maar we hadden geen horloge, onze mobiel lag nog in de tent, in het park hingen geen klokken en niets werd omgeroepen. Ook bleek elke show ver uit elkaar te liggen. In plaats van een rustige wandeling door het park werd het een racewedstrijd om op tijd bij de voorstellingen te komen. Bij de laatste voorstellingen in het park heeft Irma eindelijk haar zo geliefde orka kunnen zien. Niet in de natuur, maar dit was tenminste iets.

De tweede nacht probeerden we te barbecueën, maar het licht van de camping was het summier om ook maar iets op de gril te kunnen zien liggen. Hiervoor hebben wij de auto iets bijgedraaid en de lichten aangezet. Waarvan wij laten spijt kregen. Door het branden van de lampen kwamen wij erachter dat de accu zijn beste tijd heeft gehad. Met veel geluk kregen we de auto de volgende dag aan de praat. Maar het gevolg van de tijdelijke lege accu was dat het autoalarm werd geactiveerd. Een alarm waar wij geen afstandbediening voor hebben aangezien die bij de koop al kapot bleek te zijn. De lampen van de auto begonnen te knipperen en op de snelweg begon ook ineens het autoalarm af te gaan. Er zat niks anders op dan de auto te parkeren en de draden van het systeem door te knippen om verder geruisloos verder te kunnen gaan.


Het volgende dorpje wat wij zouden aandoen is het in de vakantiemaanden zeer geliefde Villa Gesell. Onze Lonely Planet gaf aan dat er zich langs de kuststrook veel campings bevinden, en dat er een camping was die ook in het naseizoen geopend is. Eenmaal aangekomen bleek deze informatie ook niet geheel correct, de camping was gesloten. Maar een camping iets verderop bleek wel open te zijn. Na hier een heerlijke winderige middag in de zon aan de nog steeds iets te bruine zee te hebben genoten was het na een koude nacht al weer tijd voor de doorreis.


Iets verderop lag het 500 inwoners tellend dorpje Claromeco. Een dorpje waar bijna nooit een backpacker komt. Dit bleek een gezellig stranddorpje met een goede camping te zijn. Hier hadden wij een dagje niks doen ingepland. Naar het strand gaan blijkt hier meer een soort parade te zijn van mensen in oude en nieuwe terreinwagens die over het strand paraderen. Aangezien dit normaal bleek te zijn hebben wij ook de gok gewaagd en zijn wij met de auto over het strand richting onze uitgekozen ligplaats gereden. Best makkelijk zo´n auto bij je op het strand. Je kan hem goed gebruiken als bescherming tegen de wind en eten en drinken zijn zo dichtbij. Aan het einde van de dag kwamen wij er toch wel achter dat de zon hier best fel kan schijnen en dat onze huiden nog niet voldoende aan de zon waren gewend. Hier zijn wij allebei dan ook heerlijk verbrand.


Aangezien wij maar een klein weekje hadden om de kustroute af te leggen was het na de ene dag luieren op het strand al weer het einde en moesten we door richting Chili om de auto te gaan verkopen. Na even in de stad Mar del Plata te hebben rondgezworven was het tijd om kilometers te gaan maken. In de avond zouden wij aankomen in de stad Neuquen. Een stad die voornamelijk wordt gebruikt als overstapplaats voor busreizigers en zelf niet zo veel te bieden heeft. Toch zouden wij hier twee nachten verblijven. De omgeving van de provincie Neuquen staat bekend om de grote hoeveelheid dinosaurusbotten die hier jaren geleden zijn gevonden. Door het huidige klimaat zijn de botten goed geconserveerd en bieden ze waardevolle informatie voor wetenschappers. Wij hebben twee bekende dinodorpjes bezocht in de buurt van de stad Neuquen. Hier bevonden zich dinosaurusmusea. In het eerste museum in het dorpje Villa el Chocon staat het skelet van de grootste carnivoor die ooit gevonden is, de Giganotosaurus Carolinii, Deze gigant kon wel 14 meter groot worden, dus groter dan de T-rex. Ook waren hier nog enkele andere skeletten van de herbivoordino´s. Heel fascinerend om te zien. In het tweede dorpje Plaza Huincul, was het skelet van de grootste herbivoor ooit aanwezig, de Argentinosaurus. Dit beestje kon een lengte halen van zo´n 40 meter en was zelf zo´n 10 meter hoog. Na tussen de poten te hebben gestaan van de ene en voor de ander voelde wij ons toch wel klein. Onze reis ging vanaf hier verder (en terug) naar het het vulkanengebied van Chili. Daar konden we in dezelfde cabana verblijven waar we ook onze reis gestart waren. En dit is toch wel het romantische plekje waar we tot nu toe verbleven.


Maar om hier te komen moesten we voor de laatste keer de grens naar chili over. Dat ging dit keer minder soepel dan anders. Om Chili in te komen checken ze altijd alles grondig. Wat wij al eerdere hebben geleerd, is dat je altijd ja moet invullen bij de vraag: of je iets hebt aan te gegeven. Maar dit keer bleken de douanebeambten zeer op hun regeltjes te staan en moesten wij een half uur wachten op een proces-verbaal voor de vernietiging van wel geteld, één ui, één courgette en een tomaatje. Elk stukje groente werd nauwkeurig gewogen en genoteerd. Nadat de slome beambte het document had uitgeprint moesten wij het ondertekeningen en konden wij eindelijk vertrekken. Direct na de grens lag het dorpje Icalma aan een helder blauw meer. Hier wilden wij de nacht doorbrengen. Dit dorpje telt welgeteld zo´n 300 inwoners maar beschikt over zeker 15 campings. Dat moest lukken, helaas. Aangezien we ons in Chili bevinden en het buiten het hoofdseizoen is waren alle campings gesloten. Na gefrustreerd en stukje te hebben doorgereden, zagen we een bordje `camping 1 kilometer´ met een pijl naar rechts. Deze camping bleek op een schiereiland in het meer te liggen, maar de weg er na toe was een grote uitdaging. Hij was een auto breed, niet verhard en soms zo dicht langs het water en afgrond dat je er bang van werd. Eenmaal aangekomen op de camping zagen wij 2 kleine houten huisjes. Een van de eigenaar en de ander van de toiletten. De camping bleek de tuin van deze mensen te zijn. Voor een klein bedrag konden wij hier overnachten en hadden we uitzicht op een prachtig meer.


De volgende dag kwamen wij via een adembenemende omweg door het vulkanengebied aan bij de cabana in Vilcun. Daar kregen we een warm welkom van de eigenaren, door middel van een paar verse eieren en zelfgemaakte jam. Na een paar heerlijke nachten gingen we op weg naar nationaal park Radal 7 Tazas. Hier zouden meerdere watervallen te bewonderen zijn. Eenmaal bij het park aangekomen bleek deze gesloten te zijn, maar we zijn toch stilletjes naar binnen gegaan en konden de watervallen gratis bekijken. Watervallen blijven mooi om te zien. Hierna werd het donker en moesten we een slaapplek vinden. Dat werd uiteindelijk voor de laatste keer wild kamperen. Nu op naar Santiago.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!