Rudie's en Irma's op reis

Ratten in Bikaner

De weg naar Bikaner was een vermoeiende weg met soms erg slechte hobbelige stukken asfalt. Het uitzicht was hetzelfde als de vorige keer en overal kom je koeien en geiten tegen. Qua verkeer waren er veel vrachtwagens op de wegen die prachtig versiert waren met allerlei franjes om de boze ogen buiten te houden. We kwamen ook regelmatig twee soorten bussen tegen, privé-bussen die zich over het algemeen aan de snelheid hielden en de bussen van de overheid die als gekken raceden en voor niemand en niks (behalve dan koeien) uitweken en zeer ongeduldig waren. Naarmate we Bikaner naderden werd de weg steeds smaller en moesten we steeds uitwijken voor trekkers, bussen en karren voortgetrokken door dromedarissen.

In Bikaner hebben we gewacht tot het einde van de middag om naar onze bezichtiging van de dag te gaan. Overdag is het te heet (rond 45 graden) om ook maar iets te doen. Het enigste wat we de hele dag doen is veel water drinken, heel veel water drinken en zweten. Na een paar uur te hebben genoten van onze airco op onze kamer reden we eerst naar het National Research center on Camels. Iedereen noemt de dieren kamelen, terwijl het eigenlijk dromedarissen zijn, ze hebben maar een bult. Daarom zullen wij ze ook vanaf nu maar kamelen noemen. In dit center konden we veel kamelen zien jong en oud. We werden begeleid door een gids die alles uitlegde over deze dieren, dracht, ziektes, voorplanting, enz., maar na een tijdje begon de lucht te veranderen en kwam er een zandstorm aan. Onze gids raffelde de tour een beetje af en als laatst belanden we bij, hoe kon het ook anders, een souvenirwinkeltje. We moesten wel naar binnen, omdat de zandstorm gearriveerd was en daar wil je niet instaan.

Nu moesten we de verhalen over de geweldige producten die te koop waren aanhoren, terwijl we graag verder wilden. Gelukkig was de storm na een paar minuten alweer gaan liggen en konden we ontsnappen uit de klauwen van de verkoper. Bij het research center hebben we als laatst nog een zakje met kamelenmelk gekocht om te proberen. Dit smaakte net als koeienmelk maar dan met minder vet.

Uiteindelijk was het zover om nu naar een van de meest vreemdste toeristisch attracties voor buitenlanders te gaan, terwijl mensen uit het hele land een pelgrimstocht afleggen om hier te komen. De Karni Mata Tempel in Deshnok, ook wel de rattentempel. In deze tempel worden ratten geëerd. Een van de vele goden van het Hindi-geloof zou gereïncarneerd zijn als rat en nu waren alle ratten die in de tempel leven heilig. Dus ratten die buiten de tempel wonen worden niet heilig gevonden en niet geëerd.

Om naar binnen te gaan moesten we onze schoenen uitdoen en met blote voeten naar binnen waar de ratten hun behoeftes overal doen, laat staan alle duiven die ook aanwezig waren. Gelukkig voor ons dat wij de plastic overschoentjes nog hadden. Het was een hele vreemde gewaarwording om binnen deze tempel rond te lopen terwijl honderden ratten om je voeten rond rennen. Wij waren de enigste toeristen op dat moment in de tempel tussen tientallen Hindoes. Deze hindoes hadden voedsel gekocht bij de kraampjes die buiten de tempel stonden om dit te offeren aan de rattengod en hoopten hierdoor meer geluk te vinden. Wij mochten helaas niet de offerruimte naar binnen, maar konden deze gebeurtenis wel van een afstandje bekijken. Ook was iedereen opzoek naar de witte rat, wanneer iemand deze ziet krijgt hij of zij veel geluk. Wij hebben de rat niet gevonden, maar onze chauffeur Sanjay wel. Rudie meent ook een witte rat te hebben gezien, maar deze moest zich eerst wassen, hij was zeer licht bruin. Na een paar keer weer op de foto te zijn gegaan met de Indiërs was het tijd om terug naar het hotel te gaan.

De volgende ochtend gingen we het fort Junagarh bekijken. Dit fort was gebouwd in de 16eeuw door een legergeneraal uit de Mughal empire Akbar. Het paleis was erg mooi om te zien. Er waren veel verschillende kamers aanwezig met ieder een ander vormgeving, veel marmeren zuilen, zeer detaillistische versierde houten deuren en vele muurschilderingen. Werkelijk alles was versiert. Aan de vele foto´s kon je zien dat deze man erg belangrijk is geweest. We hadden dit keer een audiogids genomen zodat we op ons eigen tempo door het gebouw konden wandelen. Helaas hebben we niet altijd naar onze informatie kunnen luisteren, omdat mensen ook hier weer met ons op de foto wilden. Dat begint nu toch wel irritant te worden. Na het fort zijn wij op weg gegaan naar Jaisalmer, een dorpje dicht bij de grens (150 km) met Pakistan, midden in de Great Thar woestijn en zeer toeristisch.

Reacties

Reacties

Alex

''Rudie meent ook een witte rat te hebben gezien, maar deze moest zich eerst wassen, hij was zeer licht bruin.'' Hahaha, goed bezig Rudie Ik hoop dat jullie al wat gewend zijn aan de temperatuur, ik zag net dat het in Jaipur voorlopig nog wel boven de 40 graden blijft! Succes en net doen of je de hitte niet voelt hè

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!