Engels in Yogya
Een mooie lange treinreis langs reisvelden, bergen en vulkanen bracht ons naar het midden van het eiland Java in de oude sultanstad Yogyakarta. Hier heerste vroeger een antikoloniale sultan die zich verzette tegen de Nederlanders. Bijna alles wat in de stad te zien is heeft direct of indirect met deze sultan te maken. Van een oud Nederlandse fort Vredeburgh tot het oude Kraton (paleis) van de sultan.
Na de 9 uur lange treinreis zagen wij er op tegen de 2 kilometer (in de hitte) naar ons hotel bepakt en te voet af te leggen. Na vrolijk ´nee´ verkocht te hebben aan de mensen aan wie wij tegenwoordig een hekel hebben (lees eerdere berichten) gingen wij op aanwijzen van de toeristeninformatie naar het avontuur, de bushalte. De bus een kleine variant van de grote stadsbussen uit Nederland, maar in de spits in Indonesië met dezelfde capaciteit. Geheel bepakt konden wij nog net staan in de bus. Maar bij de tweede halte stapte zo veel mensen in dat de bus echt een sardienblikje werd. Door het gewicht van onze tassen en de dringende mensen stonden wij achterover geleund, hangend aan de beugels. En met onze tassen in het gezicht van de zittende was dit echt geen pretje, voor ons niet en voor de lokale bevolking niet. Na zo enkele minuten in de bus te hebben gehangen waren we blij dat we uit konden stappen, natuurlijk met veel moeite door de drukte heen. Hierna dachten we ´nooit meer´ tenminste niet in de spits. En het heeft ons wellicht 50 cent bespaart.
Aangekomen op de straat waar ons hotel zich zou bevinden konden we deze nergens vinden en de straatnamen opbouw was niet zeer behulpzaam. Toevallig kwamen wij een man tegen op zijn fiets die ons er wel heen wilde leiden. Na door verscheidende steegjes gewandeld te zijn en de man maar te vertrouwen kwamen we daadwerkelijk aan bij het hotel. Uitgeput van de lange reis werden we hartelijk ontvangen met een heerlijk kopje thee. Het personeel van dit hotel (Oasis) was super, heel vriendelijk en leergierig. Zo gauw de dame achter de receptie (Rosita) begon te praten wist je dat je de eerste tijd nog wel even vastzat. Ze kwam zelf van het eiland Sumatra en werkte sinds een tijdje bij het hotel. Haar familie woonde nog steeds op Sumatra en ze had hun al in 4 jaar niet gezien. Rosita probeerde ons over te halen om naar een cursus Engels te gaan die de mensen uit de buurt volgden. Dan konden we de gastsprekers zijn en konden zij hun Engels verbeteren. Daar moesten we nog even over na denken en we zijn eerst de toeristisch trekpleister van Yogyakarta gaan bekijken.
De grootste trekpleister van de stad was het paleis van de sultan. Op internet hadden we gelezen dat het paleis niet veel voor zal stellen en uiteindelijk bleek dit de waarheid te zijn. Door zijn antikoloniale houding heeft hij niet veel rijkdom vergaart. De tentoonstelling bestond uit meerdere persoonlijke voorwerpen van de sultan, zoals legeruniformen en servies. Er bevonden zich meerdere mooi opgeknapte ruimtes, maar daar mochten we als toerist niet naar binnen. Uiteindelijk was er dus niet veel te zien of te doen. Maar daar kwam verandering in. Toeristen die rondlopen in het paleis van de sultan worden al gauw aangesproken door verkopers die zogenaamd hun de kunst van het maken van de typische Indonesische wajangpoppetjes wilden laten zien. Natuurlijk met als reden om je over te halen om deze poppetjes te kopen. Wij hebben dit staaltje vakmanschap gezien en ons werd haarfijn uitgelegd hoe de poppetjes waren opgebouwd en wat voor achterliggende gedachten er wel niet achter zaten verscholen. Heel interessant, totdat de man bleef proberen ons één te verkopen. Irma vond de poppetjes wel grappig, terwijl Rudie er nachtmerries van zou krijgen. Wij zijn met lege handen weggegaan en richting de winkelstraat van Yogyakarta gelopen. Daar wilden we kijken naar een sarong met batik.
Batik is een ander vakmanschap van de Indonesiërs. Het beschilderen van stoffen doeken uit de losse pols. Eenmaal in een sarongwinkel aangekomen verzekerde de eigenaar ons dat we de sarong beter op de markt konden kopen, omdat we er ook mee op het strand wilden liggen en hij betere kwaliteit sarongs verkocht die je moest dragen. Hij gaf ons een tip over een klein atelier met batikschilderijen gemaakt door studenten waarvan de prijzen vast waren gesteld en goedkoper waren dan op de markt. Hier konden we zien hoe de batikschilderijen werden gemaakt. Dat leek ons leuk en we zijn direct vanuit zijn zaak in één lijn richting het atelier gelopen. Eenmaal aangekomen bleek de man die ons hier informatie gaf over batik verdacht veel op de eigenaar van de winkel. Voor ons is het tot de dag van vandaag nog steeds een raadsel hoe hij sneller dan ons naar het atelier is gekomen. We hebben de kunst van batik gezien en besloten om zelf ook een klein schilderijtje te kopen, al had de eigenaar liever gehad dat we meerder duurdere doeken zouden kopen.
Toen we van deze drukke dag terug kwamen in het hotel vertelde Rosita ons dat zij het batikschilderij veel te duur vond en dat we zoals gewoonlijk weer teveel hebben betaald. Omdat we verder niets te doen hadden en ons het leuk leek om meer tussen de normale bevolking te zitten zijn we naar de cursus Engels gegaan. Het bleek dat achter de cursussen een Nederlandse organisatie zit die ´Stichting for Yogya´ heette, al spraken de Indonesiërs het iets anders uit. Hier konden kinderen en volwassenen uit de omgeving gratis Engelse lessen volgen. De les werd gegeven in een klein gebouwtje en er waren twee leraren en ongeveer 10 leerlingen. Iedereen was heel nieuwsgierig naar ons leven en onze denkwijze en na een half uur zaten er al 20 mensen. Veel mensen durfden helaas niet veel Engels te praten, maar we hebben meer over het leven in Indonesië geleerd. Erg leuk om te doen en erg nuttig. Eigenlijk was dit wel het leukste aan Yogyakarta, dank je wel Oasis hotel!
Voor de volgende dag hadden we een busje geboekt naar de grootste boeddhistische tempel ter wereld, de Borobudur tempel. De tempel gebouwd in de 8ste eeuw is sinds 1991 na een uitgebreide restauratie uitgeroepen tot werelderfgoed. De tempel heeft een afmeting van 123 bij 123 meter en bestaat uit 9 terrassen die de drie kosmische werelden van de mahayanaboeddhisme symboliseren, de begeertewereld, de vormwereld en de vormloze wereld. Alle terrassen zijn voorzien van stenen reliëfs (oorspronkelijke 1260 stuks) en beelden (oorspronkelijk 504 stuks), in de vormloze wereld enkele stoepa´s. Net zoals enkele andere bouwwerken die wij gezien hebben is deze tempel maar amper 100 jaar gebruikt. Waarschijnlijk is de tempel na een vulkaanuitbarsting verlaten om pas in de 19de eeuw weer ontdekt te worden. Oke dat was de informatie.
Nu is het jammer dat de Borobudur in al deze jaren veel van de strakke lijnen, vormen en beschildering van de beelden en reliëfs is verloren. Waardoor het geheel nu een beetje een droevige uitstraling heeft gekregen wat extra werd versterkt door de gebruikte donkere stenen. Maar de locatie, het verhaal en de bouwkunst van vroeger maakten het bezoeken waard.
Reacties
Reacties
Misschien een eeneiige tweeling die jullie gezien hebben?
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}