Rudie's en Irma's op reis

Noordelijk Thailand

De tweede grootste stad van Thailand is Chiang Mai en ligt in het noorden. De stad is bekend om zijn vele verschillende boeddhistische tempels. In de bergen rondom de stad bevinden zich vele bergdorpen met hun oorspronkelijke bergvolkeren. Veel mensen boeken hierdoor tours en trekkings voor buiten de stad. Omdat we tijdens onze reis al de zeeën aan wats hebben gezien en het niet konden opbrengen om weer tempels gevuld met Boeddha’s te zien, zijn wij maar twee dagen in Chiang Mai geweest. We zijn naar de avondmarkt gegaan waar we onze buikjes rond konden eten bij de verschillendestraatkraampjes.

De volgende dag hebben we weer eens een scooter gehuurd voor het laagste bedrag ooit, maar het bleek ook de ellendigste en slechtste scooter ooit. Op dit ding zijn we naar de markten van Chiang Mai getuft. Daar hoopte Irma de echte streeksouvenir te kunnen kopen van de hilltribes, zoals houtbewerkingsproducten en zijde. Helaas kon je hier eerder t-shirts, tassen en veel onbekende etenswaren (chinees) kopen die wij niet durfden te proberen. Het enigste wat we hier vandaan hebben gehaald was een fles Thaise fruitwijn, die later zeer slecht bleek te smaken. Naast de markt stroomde de Mae Nam Ping rivier en veel Thaise mensen waren de rivier aan het bekijken, omdat deze al zeer hoog stond. Tijdens het doelloos rondwandelen op de markt wist een aardige Thai ons te vertellen dat de rivier over 7 a 8 uur buiten zijn oevers zou gaan treden en dat een gedeelte van de stad (het gedeelte waar we toen stonden) blank zou staan. Een raar gegeven als je op het droge asfalt staat en weet dat hier na een paar uren de straten vol water staan. Na een nacht belabberd geslapen te hebben op een vreselijk bed (in Thailand is een matras zo hard als een houten plank of zeer zacht waarbij de ijzeren veren in je zijde steken) zijn we met de bus doorgegaan naar Chiang Klong. Waar wij een Zuid Afrikaanse ontmoette die ons wist te vertellen dan er door de overstromingen in Thailand nu helemaal geen treinen meer rijden van Bangkok naar Chaing Mai. Hebben wij weer even geluk met één van de laatste treinen.

Chiang Klong is een van de grensplaatsen van Thailand van waar je Laos (dient uitgesproken te worden als Lao) binnen kan komen. In Chiang Klong was niet zeer veel te beleven, behalve de plaatselijke markt waar we eventueel hilltribes tegen konden komen. Die hebben we niet gespot, wel een goedkope zonnebril voor 2,5 euro.Vanuit onze slaapplaats hadden we een fantastisch uitzicht op de Mekongrivier en het was dan ook geweldig wakker worden.

Om de oversteek naar Laos te maken moesten we na de paspoortcontrole (die niets voorstelde) op een klein bootje stappen en over de Mekong dobberen naar het dorpje Huay Xai in Laos. Omdat we ons visum al hadden waren we binnen 5 minuten door de douane en konden we het nieuwe land verkennen. We zijn in Huay Xai een nacht gebleven om Laos een beetje te leren kennen en met het nieuwe geld (de kip) om te kunnen gaan. Ons viel direct het hoeveelheid verkeer op, dat betekende zo goed als geen verkeer. Daarnaast waren de slaapplaatsen belachelijk goedkoop. We hebben die nacht voor 6 euro in totaal kunnen slapen en dan hadden we zelfs warm water en een tv met filmnet. Het eten is net zo goedkoop als in Thailand en het bekendste bier van Laos (laobeer) is nog geen 1 euro voor 640 ml. Een heel goedkoop land dus met een gigantisch kloof tussen rijk en arm. Het enigste nadeel (zover het een nadeel is) was de taal. Men kan in Laos bijna geen Engels en wij kunnen nog niet Laoiaans. Maar wie weet.

Reacties

Reacties

jolijn

Wat een heerlijk verhaal weer. Wacht met smart op de volgende. Lekker genieten daar!!!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!