Rudie's en Irma's op reis

Eerste aanraking met Lao

In Laos schijnt het in elk dorp/stad een gebruik te zijn om het lokale busstation buiten de stad te maken aan de hoofdweg. Dit is misschien handig voor het vervoersbedrijf, maar zeker niet handig voor de lokale bevolking en al helemaal niet handig voor de toerist (wij dus). Want dat betekent dat je vanuit het centrum een ander vervoersmiddel moet regelen om jouw naar het busstation te brengen en meestal zijn dat al gauw de tuk-tuks waar wij zo veel van houden. Ook om weg te komen uit Huay Xai konden we met een tuk tuk naar het busstation (die 10 kilometer buiten het centrum lag), maar in plaats daarvan hebben we voor een minibusje gekozen om richting Vieng Phuska te gaan. Dit was iets duurder dan met de lokale bus, maar wel sneller en we zouden vanuit ons hotel opgehaald worden. Veel ruimte in zo´n busje heb je niet, maar we zaten gelukkig met z´n drieën op drie plaatsen (dat kan ook anders in Laos!).

De weg richting Vieng Phuska was prachtig met vele bergen en groene bossen en het land is gelukkig nog niet zo volgebouwd als in Thailand. De dorpjes langs de wegen bestaan voornamelijk uit bamboehutjes, waarin hele gezinnen wonen inclusief hun dieren. Er is 1 ruimte in het huis die als huiskamer, keuken en slaapkamer dient voor het hele gezin. De douche bevindt zich in de rivier of in een gebruikte verfemmer en het toilet is buiten met soms (als je geluk hebt) een houten omschutting erom heen. Tegenwoordig hebben deze mensen wel stroom (en dus ook een tv), maar luxer dan dat wordt het niet. Na uren rijden werden we in Vieng Phuska uit de bus gegooid en stonden we in een klein niet toeristisch plaatsje. Er woonden net zoveel mensen als kippen en bijna niemand scheen Engels te kunnen. Het woord Guesthouse of homestay kenden ze niet en uiteindelijk waren we voor het eerst ons vertalingboekje nodig. Niet dat we daar iets mee opschoten, we werden nog steeds ergens heen gestuurd in het niets.

We hebben het uiteindelijk bij een touroperator geprobeerd en deze man kon gelukkig Engels (wellicht de enigste in het dorp). Hij wist een slaapplaats en probeerde ons direct een trekking te verkopen. Het dorpje Vieng Phuska ligt midden in het Nationaal park Nam Tha en je kan hier prachtige wandelingen maken. Helaas zag Irma dit niet zitten met haar twee slechte knieën. We hebben rondgelopen in dit dorp en veel enthousiaste kinderen begroetten ons met Sabaidii (hallo), een woord die je in dit land snel leert. Na een nacht slapen wilden we richting Muang Sing, een dorpje bij de grenzen van China en Myamar. Op de gok zijn we richting het restaurant KL gegaan, waar volgens de boeken voor de deur de busstop was (wat trouwens totaal niet aangegeven werd). De bus kon enkele keren per dag langs komen, maar hoe laat weet je niet. We hadden het geluk dat bij het restaurant een minibusje stond die ging richting Luang Nam Tha ging, de plaats waar wij ook heen wilden om over te stappen naar Muang Sing. We konden instappen en het werd erg gezellig in de bus met 4 personen op een rij, terwijl er maar drie zitplaatsen zijn. Volgens het Laoprincipe kunnen er in een minibus van 12 personen makkelijk 15 personen. Op zich is dat lekker knus, maar dat we onze benen niet kwijt konden voor uren was wel een groot nadeel. Daarnaast kwamen we iets (vooral Rudie) te dicht in aanraking met de hilltribe-bevolking zoals we wilden. Naast Rudie zat een vrouw in klederdracht van de hilltribe Akah. Zij reisde met haar enkele maanden oude baby, wat wel erg schattig is, ware het niet dat de baby alleen maar een T-shirtje aanhad. Dus ook geen luier! De hele rit hebben we ons afgevraagd wat er zou gebeuren als de baby na de borstvoeding (ja, die werd gegeven in de overvolle bus) zijn behoefte moest doen. Gelukkig voor hem bleef het bij urineren en hoefden we bij het uitstappen niet over de babybehoefte heen te stappen. Na 4 uur poepangsten in de bus doorstaan te hebben kwamen we aan op de minibushalte in Luang Nam Tha. Daar konden we wachten op de minibus richting Muang Sing. Helaas voor ons ging dezelfde vrouw met baby mee in de bus, maar dit keer zaten we niet naast haar. Na twee uur gehobbeld en rond geschud te hebben in het busje kwamen we aan in het dorpje Muang Sing.

In Muang Sing vonden we een mooie bungalow aan een rustige tuin. Het dorpje was erg Lao en de eerst dag hebben we het dorpje verkend. Veel is er niet te doen, behalve trekkings richting bergdorpen met hilltribes. Als je een tour wil doen in Laos staat het totaal niet in verhouding met de dagelijkse prijzen. De tours zijn zo duur dat je dubbel nadenkt of je ze het geld wel waard vind. Omdat we de kosten voor de tour te hoog vonden zijn we zelf met een scooter gaan rondrijden door de verschillende dorpen van de hilltribes. Helaas voor ons gaan deze mensen ook met hun tijd mee en loopt lang niet iedereen nog met de ouderwetse klederdracht aan, maar gewoon met t-shirts en jeans. Dit was een beetje teleurstellend voor ons, maar ja wij lopen in Nederland ook niet meer rond op klompen en in klederdracht. Gedurende onze rit zijn we richting de grens met China gereden en hebben veel leuke dorpjes gezien met hun rondrennende kippen, eenden, honden, hangbuikzwijntjes en (naakte) kinderen. We moesten wel uitkijken dat we geen van deze zouden aanrijden, want ze lopen letterlijk overal. De omgeving was prachtig met zijn groene bergen en gele rijstvelden. Werkelijk een plaatje.

Na Muang Sing zijn we met de lokale bus teruggegaan richting Luang Nam Tha. Omdat alle stoelen bezet waren in de bus, hebben de Laoanen een manier bedacht om meer plaats te creëren in de bus. Tuinstoelen. Je pakt een setje tuinstoelen en die zet je in het gangpad neer en zo kunnen er weer een paar zitten en hoeven ze niet te staan, wel zo handig.

Scheurend en binnen de geplande tijd kwamen we aan in Luang Nam Tha. Op de mountainbike hebben we hier de omgeving bekeken en nadat we door verscheidende armoedige dorpjes waren getoerd kwamen we aan bij een waterval. Om de waterval te kunnen bekijken moesten we nog een klein stukje lopen en over enkele zogenaamde aangelegde bruggetjes. Dit bleken meer houten planken te zijn die tevens als evenwichtsbalk gezien konden worden. Na de waterval hebben we een beklimming gedaan richting een tempel met een volledig gouden stupa. Na een ´vrijwillige´ donatie kon Irma naar binnen in de stupa. Binnenin was niets behalve 3 grote boeddhabeelden. Maar we hadden ook niet anders verwacht, de meeste stupa en wats zijn alleen gevuld met boeddhabeelden, deze stupa bleek mooier van een afstand dan van dichtbij.

Op de avondmarkt konden we goedkoop en typisch Laoaans eten kopen. Wat je eet, weet je eigenlijk niet. Zo hadden we kippenvlees op een satestokje en gegrild varkensvlees met sticky-rice. Of was het nou kippenvet op een satestokje en gegrilde varkenshuid met sticky-rice? Echt lekker was het niet en de koude noodles daarna ook niet. Een Argentijns stelletje waarmee we gepraat hadden vonden hun gegrilde kippenpootjes (dan ook letterlijk het pootje inclusief de nagels) ook niet lekker, maar een Laoaanse vrouw bood al snel aan om de pootjes te mogen opeten. Een lekkernij dus voor de locals. Na dit feestmaal zijn we een beetje misselijk naar bed gegaan om de volgende dag weer vroeg op te staan om de bus te halen.

Met een songthaew zijn we richting de bushalte gereden, want die lag weer kilometers buiten de stad. Daar waren we net op tijd om de volgende bus richting Oudomxai te nemen en hoefden we maar 1uur te wachten tot hij vertrok. Normaal op busstations in Laos moet je al gauw uren wachten op je volgende vervoersmiddel, als die die dag wel gaat!

In de bus hadden we meer ruimte dan in een minibusje, alleen jammer dat de bus ook als transportmiddel voor producten wordt gebruikt. Zo lagen er in het gangpad allemaal zware zakken gevuld met rijst of andere producten. Je moest over de zakken heen klimmen om bij je stoel te komen, maar gelukkig konden we hier onze benen net iets beter kwijt. De rit ging vlekkeloos en na 4 uur rijden kwamen we aan. Oudomxai bleek een saaie stad te zijn en je merkt hier goed dat de Chinezen uit China de boel overnemen. Even uitleggen: het blijkt dat in Noord Laos steeds meer Chinezen komen wonen vanuit China. Laos is natuurlijk voor hun een goedkoop land en hier bouwen ze allemaal hotels en restaurants. Hierdoor zie je veel Chinezen in het straatbeeld met hun te dure auto´s en hun asociale gedrag.

Na een halve dag waren we klaar met deze stad en zouden we de volgende ochtend richting Nong Khiaw gaan.

Reacties

Reacties

Sjoerd van der Veer

We zitten in Toulouse op dit moment jullie verhalen te lezen. Goed dat jullie kunnen zwemmen! Hoe duur is daar de benzine trouwens? Hier in Europa betaal je op dit moment een godsvermogen. Niet teveel eten, denk aan je cholesterol.

Groeten, Sjoerd

Rudie

Zelfs op vakantie onze verhalen lezen, dan moeten ze wel boeiend zijn. gelukkig voor onze scootertrips is de benzine niet zo heel duur. in Laos zo´n euro, in Cambodja ook. In Thailand was het iets van 60 cent

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!